Gevangen in het beoordelingssysteem

In dit interessante, maar wat lange, artikel staat een analyse hoe het kon gebeuren dat Microsoft zijn positie als leider in de IT-sector is kwijtgeraakt. Ik licht één element uit dat artikel toe.

Soms wil het management dat de beoordelingen van medewerkers passen binnen een normale verdeling. Dat wil zeggen dat als je tien medewerkers beoordeelt er twee medewerkers een goede beoordeling kunnen krijgen, zeven medewerker krijgen een gemiddelde beoordeling en de laatste  krijgt een slechte beoordeling en “kan maar beter oppassen opkrassen”.

Eerder heb ik al geschreven over de filosofie achter het ABC beoordelingsmethode. Als een medewerker echt niet mee kan komen in een organisatie, dan is het voor beide partijen beter om uit elkaar te gaan. En dat is heel iets anders dan een organisatie die als beleid voert om ieder jaar 10% van zijn minst presterende medewerkers te ontslaan. Met zo’n beleid introduceer je een survival mechanisme in je organisatie. Medewerkers zijn dan niet meer bezig om bij te dragen aan de organisatiedoelen. Ze zijn bezig om met eigenbelang te overleven in de bedrijfssituatie.

Het gaat veel verder verkeerd als je de beoordelingsresultaten dwingt om te passen in een normale verdeling. Het is de omgekeerde wereld. Als je beoordelingen houdt in een organisatie, dan is het nuttig om de beoordelingsresultaten te vergelijken met een normale verdeling. Want als blijkt dat het overgrote deel van je personeelsbestand een rapportcijfer negen krijgt; dan zou ik als organisatie de lat hoger gaan leggen. Klaarblijkelijk ben je bezig met het onderbenutten van je mensen, die meer kunnen dan je van hen vraagt. In hetzelfde voorbeeld heb je de lat te hoog gelegd, als de meeste werknemers onvoldoende scoren. De evaluatie van het beoordelingsinstrument zelf is nuttig. Maar dit staat volkomen haaks op het idee om de beoordelingen van mensen aan te passen, zodat de gewenste normale verdeling ontstaat.

Geplaatst in Personeel & Organisatie algemeen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

De ABC beoordelingsmethode

Het idee om werknemers in te delen in drie klassen A, B, en C lees ik steeds vaker. Hierbij zijn A-werknemers de mensen die het beste zijn in hun vakgebied. B-werknemers zijn de mensen die voldoen en de C-werknemers zijn de mensen die je eigenlijk zou moeten ontslaan. Om het in rapportcijfers uit te drukken:

  • A-werknemers vanaf cijfer 9 en hoger
  • B-werknemers vanaf cijfer 7 tot 9
  • C-werknemers lager dan cijfer 7

In dit concept zit opgesloten dat je de allerbeste mensen voor jouw organisatie laat werken. Sommige organisaties hebben de keuze gemaakt dat zij nagenoeg uitsluitend werknemers in dienst willen hebben in de A-categorie. Merken als Apple en Google hebben de reputatie dat zij uitsluitend A-klasse werknemers in dienst hebben.

Je kunt organisaties dus ook indelen in vergelijkbare categorieën

  • A-organisaties waar nagenoeg uitsluitend A-werknemers werken.
  • B-organisaties waartoe de meeste organisaties behoren.
  • C-organisaties waar je als werknemer niet zou moeten willen werken.

De voordelen om tot een A-klasse organisatie te behoren zijn groot en overduidelijk. Met de beste mensen die er zijn kun je tot de beste producten en diensten komen. Als in jouw organisatie de beste mensen werken dan heeft dit ook een wervende kracht op de arbeidsmarkt. Aangenomen worden bij een A-type organisatie en daar succesvol zijn maakt van jou als werknemer een Duyvis oké bevonden borrelnootje. Als gevolg van deze reputatie kan de organisatie meer sollicitanten verwachten en daarmee kan zij strengere selectiecriteria hanteren. Vaak is het moeilijk om bij zo’n A-merk binnen te komen. Maar als je er eenmaal werkt, dan heeft zo’n organisatie er extreem veel voor over om je ook in dienst te houden. Dat is logisch, want als je weggaat kunnen ze je niet vervangen door een beter iemand, maar op zijn best door iemand die vergelijkbaar goed is.

In C-organisaties gaat het er heel anders aan toe.
Het uitgangspunt is hier dat werknemers niet goed genoeg zijn. Dat moet dus beter en dit betekent dat er mensen ontslagen moeten worden om ze te kunnen vervangen door andere mensen die beter zijn.

Hoe gaan ze dit aanpakken?
Praktisch gezien wordt zo’n organisatieverandering beperkt door het aantal nieuwe mensen dat een organisatie kan absorberen. Meestal wordt dit aantal gesteld op 10% van het personeelsbestand. Dus 10% van alle mensen die nu voor de organisatie werken worden binnen het jaar ontslagen en vervangen door nieuwe (betere?) mensen. Het management krijgt opdracht om hun mensen volgens de ABC-methoden in te delen. Daarbij moet dan de verdeling worden aangehouden dat 10% van alle werknemers wordt ingedeeld in de C-klasse en maximaal 20% mag een A-status krijgen. Als je deze tactiek volgt kun je een verbetering realiseren in de kwaliteit van de mensen die je in dienst hebt. In ieder geval op de korte termijn. Dat is niet zo moeilijk. Want om te beginnen zou een organisatie het echte C-level werknemer niet in dienst moeten hebben. Dat kan uitsluitend beter worden.

Maar echt goed wordt zo’n organisatie op deze manier zeker niet. A-level managers nemen mensen aan die net zo goed of beter zijn dan zijzelf. B-level managers nemen mensen aan die goed genoeg zijn en minder goed zijn dan zijzelf. C-level managers hebben C-level werknemers in dienst die ontslagen kunnen worden.

Een organisatie die jaarlijks structureel 10% van zijn mensen ontslaat zegt eigenlijk tegen de kandidaat die nog in dienst moet komen: “ik neem je nu aan omdat ik geen betere kandidaat kan vinden, maar op termijn zal blijken dat je niet goed genoeg bent en dan vervang ik je voor iemand anders.

De kandidaat die dit accepteert vindt zichzelf blijkbaar ook geen betere werkgever waard.

Geplaatst in Personeel & Organisatie algemeen | Tags: , , | 1 reactie

Interessant artikel over modernisering van het ontslagrecht

Het idee in dit artikel is origineel en bekijkt het “probleem” vanuit meerdere gezichtspunten.

Link | Posted on door | Tags: | 1 reactie